Kredietcrisis
Trendbreuk wordt blessing in disguise
Door Pieter E. Monkelbaan en Peter Visser
De afgelopen maanden is over de kredietcrisis veel gezegd en geschreven. De grootste schok op de financiële wereldmarkten sinds de crisis van de jaren 30 heeft grote internationale gevolgen.
Uit de hoek van consultants en IT bedrijven is het tot nu toe angstig stil.
Deels wordt dat veroorzaakt doordat men nog al wat boter op het hoofd heeft. Vooral accountants, consultants en toezichthouders hebben verzuimd hun werk te doen. Tot op het moment dat ze omvielen hadden Lehmann Brothers en de staat IJsland nog kredietratings van A en AA.
Wat kunnen we uit de tussenstand in de kredietcrisis opmaken en welke kansen zal het bieden?
Nederland
Het landschap van de Nederlandse financiële sector is in minder dan twee weken totaal veranderd.
ABNAMRO Nederland, Fortis bank Nederland en de Fortis verzekeringsgroep Nederland zijn geheel in handen van de staat gekomen. ING krijgt 10 miljard euro van de Nederlandse overheid om de balans te versterken van het bank- en verzekeringsbedrijf in ruil voor vergaande bevoegdheden. Daarmee zet een trend door die al eerder was ingezet. De Nederlandse financiële sector wordt veel meer Nederlands. Een behoorlijk aantal internationale aanbieders heeft zich al eerder teruggetrokken. GMAC, ELQ en anderen verdwenen van de hypotheekmarkt. Swiss life, AXA en Winterthur trokken zich terug van de levensverzekeringsmarkt (ten gunste van SNS Reaal). Het Belgische Fortis houdt op te bestaan.
Zeggenschap over ondernemingen in de financiële sector komt niet alleen meer in Nederlandse handen, de overheidsinvloed wordt zeer groot. Op de Nederlandse bancaire markt hebben ING en ABNAMRO/Fortis in de meeste marktsegmenten aandelen van 60 tot 70 procent. Ook op de verzekeringsmarkt zijn de aandelen van beide concerns aanzienlijk. Wouter Bos als minister van financiën gedraagt zich namens ons allen als een volleerd hedge fund manager. Hij leent veel geld om tegen zeer gunstige voorwaarden financiële ondernemingen op te kopen. Als deze gestabiliseerd en gereorganiseerd zijn stoot hij de ondernemingen geheel of in delen weer af. De kans is groot dat daarbij een forse winst wordt gerealiseerd.
Internationaal
Op dit moment gaat alle aandacht uit naar het bezweren van de crisis en het beperken van de schade.
De analyse van de oorzaken zal zeker volgen en internationaal zullen oplossingen worden aangedragen.
Het grote manco lijkt te liggen in het systeem van riskmanagement. Op allerlei manieren zijn leningproducten verhandelbaar gemaakt. De kopers van deze leningpakketten (securitisaties) weten niet wat ze kopen en gaan af op het eraan gehechte oordeel van kredietbeoordelaars als Moody’s.
Het grote voordeel van deze handel is dat het krediet sinds midden jaren negentig voor heel veel mensen en bedrijven toegankelijk heeft gemaakt en vooral goedkoop. Door al dat beschikbare geld is de economische groei aangewakkerd en de waarde van allerlei activa als aandelen, huizen en grondstoffen sterk gestegen. Zolang de waarde van al deze activa blijft stijgen, komt de kredietverlening niet in gevaar. Zodra er ergens een waardedaling optreedt, komen de scheuren aan het licht van leningen verstrekt aan kredietnemers die onmogelijk kunnen terug betalen. Dan stort het kaartenhuis ineen met internationale gevolgen. De handel in gesecuritiseerde leningproducten treft banken en financiële instellingen over de hele wereld.
Onvermijdelijk zal dit ertoe leiden dat krediet schaarser en dus duurder wordt. Overheden proberen in dit gat te springen door leningen aan kleine bedrijven te garanderen om te voorkomen dat de economische activiteit acuut stil valt. Om de excessen van de kredietverlening op te ruimen is een periode van lage groei en waarschijnlijk zelfs recessie noodzakelijk. Hoe sterker de economie afhankelijk is van kredietverlening en consumenten bestedingen hoe sterker de terugval zal zijn. Dit zal vooral de VS en het Verenigd Koninkrijk treffen, maar continentaal Europa zal zeker de dans niet ontspringen.
Banken kunnen in die periode de balans herstellen en toezicht en risicobeheer opnieuw inrichten.
Hierop moet toezicht gehouden worden door de overheden als wet en regelgevers. Dezelfde overheden die sinds kort (mede) eigenaar zijn van de banken.
Overheid
De overheden hebben na enig aarzelen in Europa en in navolging daarvan in de VS krachtdadig en grootschalig ingegrepen. Waar de crisis van de jaren dertig verergerd werd doordat de overheid niet ingreep of op de verkeerde manier lijkt men nu de les te hebben geleerd.
Dat is ook een trendbreuk in de ideologie. Sinds begin jaren tachtig van de vorige eeuw overheerst in het westen de ideologie van de terugtredende overheid. Margaret Thatcher en Ronald Reagan introduceerden op het wereldtoneel het gedachtegoed van de aanbodeconomen en bepleiten een veel kleinere rol voor de overheid. Marktwerking moest hersteld en uitgebreid worden en de regulering voor zijn rekening nemen. Sindsdien is dit uitgangspunt bijna onaantastbaar geworden voor partijen over het hele politieke spectrum.
De kredietcrisis heeft dit gedachtegoed in een keer in een ander daglicht gezet. In de kredietcrisis treedt de overheid niet terug, maar grijpt juist zeer direct in door bedrijven over te nemen en zich direct met de bedrijfsvoering te bemoeien. Dit zal een ingrijpende beleidswijziging blijken te zijn die nog vele jaren zijn schaduw vooruit werpt.
En wat nu?
Wat zullen de gevolgen zijn van deze trendbreuk die zowel het systeem treft als de onderliggende ideologie? In hoofdlijnen verwachten wij vier belangrijke gevolgen.
Allereerst zal gedurende een aantal jaren de economische groei beperkt zijn. Na een negatieve groei in 2009 in Europa, Japan en de VS volgt een gematigd herstel. Het duurt geruime tijd voordat alle slechte leningen door het systeem verteerd zijn. Het vertrouwen herstelt zich langzaam en krediet blijft geruime tijd schaars.
Daarnaast zal veel meer nadruk worden gelegd op lange termijn visie in de financiële sector. Te lang heeft korte termijn winst het handelen in de sector bepaald waardoor het nemen van ongewenste risico’s werd gestimuleerd en beloond. Nu de Staat medeaandeelhouder of eigenaar is van banken en verzekeraars zal herstel van het primaat van de lange termijn visie versneld plaatsvinden. Saaiheid en degelijkheid worden weer belangrijke kernwaarden in de financiële sector. Zij leiden tot betrouwbaarheid en dus vertrouwen. Er is grote behoefte aan spruitjeslucht en de sfeer van Swiebertje.
Ten derde zal er voorlopig een einde komen aan het fusie en overname circus dat het bedrijfsleven en daarmee ook de financiële sector heeft beheerst. Uit veel wetenschappelijk onderzoek is bekend dat fusies en overnames slechts in 20 tot 30% van de gevallen de vooraf gestelde doelen realiseren. In 70 tot 80% van de gevallen lukt dat niet of wordt zelfs een tegengesteld resultaat bereikt. De overname van ABNAMRO door het banken trio is een schrijnend voorbeeld hiervan. De kredietcrisis maakt het met veel geleend geld opkopen van bedrijven voorlopig (gelukkig!) onmogelijk.
Tenslotte moet om ervoor te zorgen dat deze crisis zich niet herhaald het risicomanagement worden aangepast en toezicht worden verscherpt. Daarin spelen de overheden zowel nationaal als internationaal een belangrijke rol, ook al omdat ze inmiddels mede-eigenaar zijn en dus medeverantwoordelijk.
Dit heeft invloed op de organisatie en rol van toezichthouders, wettelijke eisen aan vermogens posities van bedrijven, maar ook bijvoorbeeld aan te stellen boekhoudregels. De checks en balances in het systeem moeten worden aangepast zodat ze in de economie van de 21e eeuw hun werk doen.
Blessing in disguise
Welke, misschien zelfs positieve, effecten verwachten wij hiervan?
1. Er ontstaat een heleboel werk voor consultants, accountants en IT bedrijven
(Jawel, dezelfde waarvan wij eerder concludeerden dat ze hun werk niet hebben gedaan.)
Het nemen van risico staat ineens in een kwaad daglicht. Daardoor is er behoefte aan transparantie in de financiële sector. Het aanbod van (en de vraag naar) simpele basisproducten zal sterk stijgen. Immers, deze zijn inherent transparant. Eenvoudige producten kennen een lagere marge. Daardoor zal sterk de nadruk komen te liggen op efficiency van de processen in de financiële sector.
Daarnaast zullen zeker vele nieuwe wetten en regels het daglicht zien, die geïmplementeerd moeten worden.
2. Er ontstaat een nieuw evenwicht tussen risicovol gedrag en daarmee ondernemerschap enerzijds en controle, toezicht en wetgeving anderzijds.
Ondernemerschap is risico nemen. Zonder dat risico zouden veel financiële producten die we vandaag kennen niet bestaan. Volgens de leenregels van de jaren 70 en 80 hadden de meesten van ons hun huis niet kunnen kopen omdat ze geen hypotheek zouden hebben gekregen. Beleggen in allerlei vormen voor particulieren zou niet bestaan. Het gaat erom de voordelen van al deze innovaties te combineren met een verantwoord risico gedrag. Ondernemerschap en het aangaan van risico’s is een economische noodzaak. Het mag en kan alleen nooit zover gaan dat het hele systeem erdoor in gevaar wordt gebracht. Daarvoor zijn nieuwe checks en balances nodig die het goede bewaken en excessen voorkomen. Alleen dan is groei op langere termijn realiseerbaar.
3. Elke recessie is een paradijs voor koopjesjagers.
Nooit is het zo eenvoudig voordelig te kopen als tijdens een recessie. De afnemende vraag zet veel producenten en verkopers er toe aan de afzet te vergroten door de prijzen te verlagen. Een ideaal moment dus om te kopen. Van huizen tot aandelen en van auto’s tot elektronica. Alles moet weg voor wat de gek ervoor geeft. Een ideale tijd dus voor mensen met lef!
En voor al diegenen zonder dat lef: Aan elke recessie komt een eind.
Als de conjunctuur weer oploopt en de bomen weer in de hemel lijken te groeien zal pas blijken of de les van de kredietcrisis van vandaag beklijft.
2009
.
|